Zwangerschap en bevalling

Zwangerschap en bevalling

Let op: Doe bij klachten van verhoing, koorts, minder ruiken of proeven, keelklachten, hoesten, niezen, een loopneus, verkoudheid of benauwd zijn ook de symptoomcheck voor het coronavirus.


Zwanger worden  

Vanaf de eerste keer dat een meisje ongesteld is, is ze vruchtbaar. Door geslachtsgemeenschap (seks) te hebben rond de tijd van de eisprong, kan ze zwanger worden. Vrouwen die geen anticonceptie gebruiken (zoals de pil, spiraal of een condoom), blijven vruchtbaar tot aan de menopauze (één jaar nadat ze voor de laatste keer ongesteld is geweest). Als je denkt dat je zwanger bent kun je dit testen vanaf de dag dat je eigenlijk ongesteld had moeten worden. Soms kan het al 5 dagen eerder, maar deze testen zijn niet altijd betrouwbaar. Dan moet je de test later nog een keer doen om het zeker te weten.  

 

Als je zwanger wilt worden is het belangrijk dat je: 

  • Geen alcohol of drugs gebruikt voor of tijdens de zwangerschap. 
  • Niet rookt voor of tijdens de zwangerschap. Het is ook beter als je partner of huisgenoten niet roken. 
  • Iedere dag 0,4 mg foliumzuur slikt vanaf 4 weken vóór de zwangerschap tot en met de 10e week van de zwangerschap. Foliumzuur vermindert de kans op een baby met een open rug. Deze tabletten kun je zonder recept bij de drogist of apotheek kopen. 
  • Geen rauwe (ongepasteuriseerde) melk drinkt en geen voorverpakte salades, softijs en geen zachte kazen (gemaakt van rauwe melk) eet.  
  • Vlees en vis goed doorbakt. 
  • Handschoenen draagt als je in contact komt met uitwerpselen van katten, zoals bij verschonen van de kattenbak of werken in de tuin. Contact hiermee kan voor een toxoplasmosebesmetting zorgen, wat schadelijk kan zijn voor het kind. 
  • Geen röntgenfoto’s laat maken. 

 

Tijdens de zwangerschap 

Je kunt tellen hoeveel weken je zwanger bent, vanaf de eerste dag dat je voor het laatst ongesteld was. Bij de verloskundige (of gynaecoloog) kun je een termijnecho laten doen, waarop ook te zien is hoe lang je al zwanger bent, of het hartje klopt en of het een eenling of meerling is. Als je zwanger bent is het goed om zo snel mogelijk contact op te nemen met een verloskundige. Het liefst vóór 9 weken zwangerschap. Geef de zwangerschap ook door aan de huisarts en de apotheek, zodat zij hiermee rekening kunnen houden. Als je medicijnen gebruikt of bepaalde aandoeningen hebt (zoals schildklierproblemen of suikerziekte) is er extra controle nodig. 

 

Als je ongewenst zwanger bent, neem dan zo snel mogelijk contact op met je huisarts. 

 

Bel je huisarts als je tijdens de zwangerschap deze klachten of aandoeningen hebt: 

  • Bloedarmoede (anemie). Dit komt meestal door een ijzertekort, wat meestal opgelost kan worden door een aantal maanden ijzertabletten te slikken. Bij bloedarmoede ben je meestal erg moe. Je bloed kan hierop getest worden.  
  • Hypertensie, pre-eclampsie en HELLP. Een hoge bloeddruk kan tijdens de zwangerschap gevaarlijk zijn en te maken hebben met zwangerschapsvergiftiging. Klachten hierbij zijn pijn in de bovenbuik of tussen de schouderbladen, misselijkheid of braken, een ziek of griepachtig gevoel (zonder koorts), hoofdpijn die steeds erger wordt, ineens vocht vasthouden in gezicht, handen of voeten en klachten van het zicht waarbij je bijvoorbeeld sterretjes of lichtflitsen ziet. 
  • Blaasontsteking 
  • Endometritis. Dit is een ontsteking van het slijmvlies van de baarmoeder waarbij je stinkende vaginale afscheiding kunt hebben. Soms geeft dit ook buikpijn en koorts en is er antibiotica nodig. 
  • Misselijkheid en braken. Dit komt veel voor tijdens de zwangerschap. Tabletten met gember (4x per dag 250 mg) kunnen hiertegen helpen. Bij ernstige klachten kan de huisarts meclozine of metoclopramide voorschrijven. 
  • Schildklierstoornis of een langzaam werkende schildklier. Je medicatie zal in de meeste gevallen worden aangepast en extra controles worden afgesproken. 

 

De bevalling 

Als je graag thuis wilt bevallen, kun je dit met je verloskundige of huisarts bespreken. Het ligt aan jouw gezondheid, de gezondheid van de baby en het verloop van je zwangerschap of dat mogelijk is. Voor een thuisbevalling heb je een kraampakket nodig, maar ook als de bevalling in het ziekenhuis gepland is, is het aan te raden een kraampakket in huis te hebben. Zorg er in ieder geval voor dat je vanaf de 36e  week van de zwangerschap een ingepakte tas klaar hebt staan, voor als je toch naar het ziekenhuis moet. Als je vliezen zijn gebroken of je denkt dat de bevalling begonnen is, moet je de verloskundige (of je huisarts als deze de zwangerschap begeleidt) bellen. De meeste bevallingen bestaan uit drie fasen: 

  • De weeën zorgen voor ontsluiting. De baarmoedermond moet open gaan staan. Dit proces duurt meestal tussen de 4 en 24 uur. Als de baarmoedermond 10 centimeter openstaat noemen ze dat volledige ontsluiting. 
  • Persen en geboorte. Zodra er volledige ontsluiting is voel je persdrang. Je perst dan mee met de weeën om te zorgen dat de baby geboren wordt. Meestal duurt dit minder dan een uur. 
  • Nageboorte. Na de baby moeten ook de moederkoek (placenta) en de vliezen naar buiten komen. Dit moet binnen een uur gebeuren, anders moet de moederkoek met een operatie worden verwijderd. 

 

Bel meteen met de verloskundige (of huisarts als deze de zwangerschap begeleidt) als: 

  • Je vaginaal bloed verliest. 
  • Je baby minder beweegt dan je gewend bent. 
  • Je vruchtwater verliest en je baby nog niet is ingedaald. Ga dan op bed liggen. 
  • Het vruchtwater geel, groen of bruin is. 
  • De bevalling begint vóór de 37e  week van je zwangerschap. 

Je verloskundige of huisarts zal je vertellen of je langs moet komen, af kunt wachten of naar het ziekenhuis moet. Verder zou er bloedonderzoek of een echo gedaan kunnen worden. Soms gebeurt dit op de spoedeisende hulp of bij de gynaecoloog. 

 

Bel ook met je arts bij twijfel, vragen of zorgen over je klacht. Ook als de klachten erger worden of veranderen kun je het beste contact met je huisarts opnemen. 

Bronnen 

Dit artikel is tot stand gekomen in samenwerking met Quin medisch specialisten, medisch onderzoekers en met gebruik van publieke bronnen.