Vragen over drain, sonde of katheter

Vragen over drain, sonde of katheter

Wanneer krijg je een drain, sonde of katheter? 

Drain 

Een drain is een slangetje dat wordt ingebracht om vocht (bijvoorbeeld wondvocht, bloed of pus) of lucht (bijvoorbeeld na een klaplong) af te kunnen voeren. Dit kan op verschillende plekken in het lichaam zijn. Meestal wordt een drain geplaatst bij een ingreep in het ziekenhuis.  

 

Sonde  

Een sonde is een slangetje dat meestal via de neus in de maag wordt ingebracht (een maagsonde). Via de sonde kunnen vloeibare voeding en vocht worden toegediend. Dit kan nodig zijn omdat iemand heel ziek of zwak is, bij ernstige slikproblemen of omdat er een blokkade in de slokdarm zit. Soms wordt een sonde door de buikwand heen in de maag geplaatst (een PEG-sonde), of via de buikwand in de darm (jenunostomie). 

Veel medicijnen kunnen via een sonde (vaak opgelost) worden toegediend. Overleg met je arts of apotheker of medicijnen via de sonde gegeven mogen worden. 

 

Katheter 

Met een katheter wordt meestal een blaaskatheter bedoeld. Als je moeilijk of helemaal niet kunt plassen, kan er een slangetje via de plasbuis in de blaas worden gebracht. Soms wordt een katheter door de buikwand heen geplaatst (een suprapubische katheter), maar dit wordt hier niet verder besproken. 

Een katheter kan voor een korte tijd worden gebruikt (bijvoorbeeld bij ernstige ziekte of een operatie), maar ook voor een langere tijd of zelfs blijvend. In dat laatste geval moet de katheter wel regelmatig worden vervangen. Meestal wordt de katheter op een zak aangesloten die de urine opvangt. Soms kun je ook zelf de katheter leeg laten lopen.  

Het inbrengen van een katheter kan wat pijn geven. Na het inbrengen kun je het gevoel hebben dat je moet plassen. Je kunt ook wat lichtrood bloedverlies hebben. Dit verdwijnt meestal vanzelf. 

Door een katheter zijn er altijd bacteriën aanwezig in de blaas. Hierdoor kan er sneller een blaasontsteking met buikpijn en koorts ontstaan.   

 

Wat kun je zelf doen? 

  • Bij een drain. 

Zorg ervoor dat het slangetje niet knikt of verschuift. Als je de drain aanraakt of verzorgt, zorg dan voor een goede hygiëne om infectie te voorkomen. 

Waar je verder op moet letten bij een drain is afhankelijk van de reden waarom de drain is geplaatst, het type drain en op welke plek hij zit. Een drain wordt meestal in het ziekenhuis geplaatst. Als je naar huis gaat met een drain is het belangrijk dat je goede instructies meekrijgt hoe je met de drain moet omgaan en waar je op moet letten. Neem bij vragen contact op met de behandelend arts. 

 

  • Bij een sonde. 

Bij een sonde is het belangrijk dat je goede instructies krijgt over hoe je ermee om moet gaan. Je moet bijvoorbeeld weten welke en hoeveel voeding je gebruikt. Hierbij krijg je vaak begeleiding van een verpleegkundige en/of diëtiste. Een sonde moet ook regelmatig worden doorgespoeld. Als je met de sonde omgaat, doe dat altijd in een schoon gebied en was van tevoren je handen goed. Zorg ervoor dat de sonde goed zit vastgeplakt en niet kan worden losgetrokken. Als het slangetje de neus irriteert, kun je vaseline gebruiken en het slangetje regelmatig op een andere plek vastplakken. Poets 3 keer per dag je tanden en houd de lippen vet. Bij klachten van verstopping (niet kunnen poepen) krijg je mogelijk te weinig vezels of vocht binnen; pas dit aan, in overleg met je verpleegkundige of diëtiste.  

 

  • Bij een katheter. 

Om infecties te voorkomen, kun je het beste het gebied rond de plasbuis 2 keer per dag met lauw water zonder zeep wassen. Bij mannen: trek de voorhuid terug en was de huid van de eikel. Bij vrouwen: was het gebied van de schaamstreek rond de katheter van voor naar achteren. 

Zorg dat je schone handen hebt bij het wassen en het vervangen van de katheterzak. Probeer minstens 2 liter vocht per dag te drinken zodat er heldere urine afstroomt en de katheter niet verstopt raakt. Lekt de katheter ergens, is de katheter verstopt of heb je last van blaaskrampen? Kijk dan of er een knik in de slang zit en of de slang goed op de zak is aangesloten. Houd de zak lager dan de blaas. Helpt dit niet? Dan kan een verpleegkundige of arts proberen de katheter door te spoelen. Soms is het nodig de katheter helemaal te vervangen.  

 

Heb je medicijnen nodig? 

Meestal heb je geen medicijnen nodig bij een drain. Datzelfde geldt voor een sonde. Let er wel op of eventuele medicijnen via een sonde kunnen worden toegediend.  

 

Ook bij een katheter heb je meestal geen medicijnen nodig. Als je aanhoudende blaaskrampen hebt, kun je daar wel een medicijn tegen krijgen. Antibiotica voor een blaasontsteking worden meestal alleen voorgeschreven bij koorts, pijn of verwardheid. 

 

Bel je huisarts of je behandelend arts in het ziekenhuis als je een drain, sonde of katheter hebt met deze klachten of situaties: 

Bij een drain: 

  • Pijn. 
  • Roodheid van de huid rond de drain. 
  • Zwelling rond de drain. 
  • Het verschuiven of eruit vallen van de drain. 
  • (Toename van) stank. 
  • Koorts (gemeten lichaamstemperatuur van 38 graden of hoger). 

 

Bij een sonde: 

  • Het eruit gaan van de sonde. Let op: neem bij een jejunostomie of PEG-sonde zo snel mogelijk contact met de behandelend arts op. De insteekopening kan namelijk binnen een paar uur dichtgaan. 
  • Langer dan 3 dagen diarree. 
  • Langer dan 3 dagen geen ontlasting. 
  • Misselijkheid of braken. 
  • Buikpijn.  
  • Koorts (gemeten lichaamstemperatuur van 38 graden of hoger). 
  • Roodheid, pus, pijn en/of zwelling.  

 

Bij een katheter: 

  • Het verschuiven of eruit gaan van de katheter. 
  • Een verstopte katheter.  
  • Donkerrood bloed of langer dan 1 dag licht helderrood bloed in de urine. 
  • Koorts (gemeten lichaamstemperatuur van 38 graden of hoger) 
  • Rillingen. 
  • Buikpijn, pijn in de rug of aanhoudende blaaskrampen. 
  • Verwardheid. 
  • Troebele urine langer dan 1 dag. 

 

Bel ook met je arts bij twijfel, vragen of zorgen over je klacht. Ook als de klachten erger worden of veranderen, kun je het beste contact met je huisarts opnemen. 

 

Bronnen 

Dit artikel is tot stand gekomen in samenwerking met Quin medisch specialisten, medisch onderzoekers en met gebruik van publieke bronnen.