Suikerziekte (ontregeld)

Suikerziekte (ontregeld)

Let op: deze klacht kan ook komen door het coronavirus. Als je last hebt van deze klacht, doe ook de symptoomcheck voor het coronavirus.


Wanneer heb je ontregelde suikerziekte? 

Suikerziekte of diabetes is een aandoening van de stofwisseling waarbij je bloedsuiker (glucose) te hoog is. Langdurig een hoge glucosewaarde van het bloed (hyperglycemie) is slecht voor hart en bloedvaten, de ogen, de nieren en de zenuwen. Een plotselinge verlaging van de bloedsuikerspiegel (hypoglykemie) of verhoging kan erg gevaarlijk zijn. Daarom is het belangrijk om bij suikerziekte de glucosewaarden van het bloed binnen bepaalde waarden te houden. Gebeurt dit niet, dan is je diabetes ontregeld.   

 

Er bestaan twee typen suikerziekte.  

  • Diabetes type 1 begint meestal op kinderleeftijd of bij jongvolwassenen. Vroeger werd dit jeugddiabetes genoemd. Bij deze vorm maakt de alvleesklier niet genoeg insuline aan. Insuline is een hormoon dat nodig is om suiker (glucose) dat in het bloed zit op te nemen in lichaamscellen als brandstof. De cellen van de alvleesklier die insuline maken, worden bij diabetes type 1 aangevallen door het eigen afweersysteem. Bij diabetes type 1 moet je daarom zelf insuline toedienen om het glucose in het bloed omlaag te brengen.  

 

  • Diabetes type 2 komt vaak voor en ontstaat op latere leeftijd. Bij deze vorm reageren de lichaamscellen onvoldoende op insuline. Hierdoor wordt glucose minder goed opgenomen en blijft deze in het bloed circuleren. Dit wordt vaak in verband gelegd met overgewicht en ongezond leven. Diabetes type 2 wordt eerst behandeld met leefstijlverandering en eventueel tabletten. Werken die niet goed, dan krijg je insuline.  

 

In beide gevallen is er dus sprake van te hoge glucosewaarden in het bloed, die verlaagd moeten worden. Maar de glucosewaarde kan ook te laag zijn.   

 

Neem direct contact op met huisarts, huisartsenpost of 112 als: 

  • Je een hoge bloedsuikerspiegel hebt en hierbij herhaaldelijk moet braken. 
  • Jijzelf of iemand met suikerziekte in je omgeving erg verzwakt lijkt, zich raar gedraagt (geïrriteerd/agressief/verward), suf is of een snelle moeizame ademhaling heeft. 
  • Je klachten hebt die passen bij een laag bloedsuiker (trillen, zweten, duizeligheid, hoofdpijn, wazig zien, hartkloppingen) en het innemen van extra suiker niet helpt. 
  • Je een bloedsuiker hebt onder de 3,5 mmol/L, na het innemen van extra suiker. 

 

Te hoog bloedsuiker 

Als je nog niet gegeten hebt, is je bloedsuiker verhoogd als het boven de 8 mmol/L is. Binnen 2 uur na het eten geldt een grens van 9 mmol/L. Als je bloedsuikerwaarde boven de 15 mmol/L komt, kan het gevaarlijk worden, zeker als je langer verhoogde waarden hebt. Neem dan altijd contact op met je huisarts of de huisartsenpost. 

 

Een te hoog bloedsuiker kan ontstaan doordat je medicijnen niet hebt gebruikt, minder beweegt dan normaal, te veel suikers hebt ingenomen, veel stress hebt of ziek bent. Vooral bij braken en diarree wordt je bloedsuikerspiegel verstoord. Ook sommige medicijnen, zoals ontstekingsremmers (corticosteroïden) kunnen je bloedsuiker verhogen. Een korte tijd een verhoogd bloedsuiker hebben, is meestal niet gevaarlijk. Je kunt de volgende klachten krijgen:  

  • Vermoeidheid, slaperigheid. 
  • Erge dorst en een droge tong. 
  • Veel moeten plassen. 
  • Humeurig of prikkelbaar zijn. 
  • Afvallen.  

 

Een ernstige verhoging van de glucosewaarden (boven de 15 mmol/L) kan zich binnen 24 uur ontwikkelen. Dit kan heel gevaarlijk zijn, dus roep op tijd medische hulp in. Soms is het te herkennen aan de typische lucht die je uitademt. Dit kan naar aceton ruiken.  

Naast de hiervoor genoemde klachten kun je ook de volgende klachten krijgen: 

  • Misselijkheid en braken. 
  • Ernstige buikpijn. 
  • Snelle of moeizame ademhaling. 
  • Uitdroging. 
  • Bewustzijnsverlies en coma. 

 

Te laag bloedsuiker 

We spreken van een te laag bloedsuiker als je waarde onder de 3,5 mmol/L is. Het kan komen door het nemen van te veel diabetesmedicatie, het overslaan van een maaltijd, zwangerschap of overmatige lichamelijke inspanning zonder te eten en door het drinken van (te veel) alcohol. Klachten zijn: 

  • Overmatig zweten. 
  • Trillende handen. 
  • Honger, misselijkheid. 
  • Duizeligheid en hoofdpijn. 
  • Hoge hartslag en hartkloppingen. 
  • Spierzwakte. 
  • Wazig zien. 

 

Bij aanhoudende verlaging van de bloedsuikerspiegel kun je spierspasmen krijgen, verward en geïrriteerd zijn, wazig zien en moeite hebben met concentreren. In de meest ernstige gevallen kan een lage bloedsuikerspiegel leiden tot een epileptische aanval, een beroerte, coma of zelfs overlijden. Zorg zo snel mogelijk voor een hogere bloedsuiker door zoete drank te drinken (bijvoorbeeld cola of appelsap). Eet daarna ook iets zoets (zoals een druivensuiker-tablet of een boterham met jam) en meet ieder kwartier je bloedsuiker. Indien je niets kunt drinken, de klachten toenemen of de bloedsuiker niet stijgt (of zelfs daalt), neem dan met spoed contact op met je huisarts, de huisartsenpost of bel 112. Als je het gevoel hebt dat je flauw gaat vallen, spuit dan zo snel mogelijk de glucagon-injectie. Als dit niet meer lukt, zorg dan dat er altijd iemand in de buurt is die dit kan doen. 

 

Wat kun je zelf doen? 

Als je diabetes hebt, is het belangrijk om je bloedsuiker goed onder controle te hebben. Ga daarom regelmatig naar je huisarts, de praktijkondersteuner of de diabetesverpleegkundige. Daarnaast geldt het advies om gezond te leven. Dit houdt in: niet roken, voldoende lichaamsbeweging (minimaal een half uur per dag), gezond eten en afvallen bij overgewicht.  

 

  • Te hoog bloedsuiker 

Voorkomen: 

- Controleer regelmatig je bloedsuiker (zelf, of bij de huisarts). 

- Neem je medicatie in zoals voorgeschreven, let bij tabletten op de regelmaat. 

- Overleg altijd met je huisarts of diabetesverpleegkundige of je je medicatie moet aanpassen als je ziek bent.  

- Drink genoeg water (1,5-2 liter per dag), zeker als je ziek bent. 

 

Aanpakken: 

Wat je moet doen bij een te hoog bloedsuiker is afhankelijk van de glucosewaarde en de ernst van je klachten. Neem bij twijfel altijd contact op met een arts.  

- Drink veel water of andere niet-suikerhoudende dranken. 

- Heb je een bijspuitschema met kortwerkende insuline, volg dan dit schema. 

- Achterhaal de oorzaak en probeer dit een volgende keer te voorkomen.  

 

  • Te laag bloedsuiker 

Voorkomen:  

- Verdeel de maaltijden goed over de dag.  

- Neem bij intensieve lichaamsbeweging extra koolhydraten, zoals brood, banaan of pasta. 

- Laat je informeren of je misschien kortwerkend insuline moet verlagen bij intensieve lichaamsbeweging.  

- Houd koolhydraten en zoete drank bij de hand voor noodgevallen, bijvoorbeeld cola en tabletten druivensuiker. 

 

Aanpakken:  

- Drink 1 glas suikerhoudende frisdrank of limonadesiroop met 1 eetlepel siroop, of neem 1 eetlepel honing.  

- Eet daarna ook koolhydraten, zoals een boterham. 

- Meet je glucose ieder kwartier opnieuw en herhaal zo nodig de vorige stap. 

- Achterhaal de oorzaak en probeer dit een volgende keer te voorkomen. Bespreek dit met je arts of diabetesverpleegkundige.  

 

Heb je medicijnen nodig?  

Heb je van de arts of diabetesverpleegkundige een bijspuitschema gekregen met kortwerkende insuline, dan kun je dit aanhouden als je bloedsuiker te hoog is.  

 

Heb je diabetes type 1, dan krijg je vaak een injectiespuit met glucagon voor noodgevallen als je bloedsuiker te laag is. Glucagon is een hormoon met een tegengestelde werking aan insuline. Als iemand een te lage bloedsuiker heeft met bewustzijnsverlies, dan moet dit worden toegediend.  

 

Neem met spoed contact op met huisarts, huisartsenpost of 112 als 

  • Je een hoge bloedsuikerspiegel hebt en hierbij herhaaldelijk moet braken. 
  • Jijzelf of iemand met suikerziekte in je omgeving erg verzwakt lijkt, zich raar gedraagt (geïrriteerd/agressief/verward), suf is of een snelle moeizame ademhaling heeft. 
  • Je klachten hebt die passen bij een laag bloedsuiker (trillen, zweten, duizeligheid, hoofdpijn, wazig zien, hartkloppingen) en het innemen van extra suiker niet helpt. 
  • Je een bloedsuiker hebt onder de 3,5 mmol/L, na het innemen van extra suiker. 

 

Bel ook je huisarts of diabetesverpleegkundige als je diabetes hebt en deze klachten hebt: 

  • Erge dorst, veel plassen, vermoeidheid (klachten die passen bij een hoge glucosewaarde). 
  • Ziek voelen, met koorts en braken en/of diarree. 
  • Bloedsuiker niet onder controle kunnen krijgen.  
  • Langdurig verhoogde bloedsuikerwaarden. 

 

Bel ook met je arts bij twijfel, vragen of zorgen over je klacht. Ook als de klachten erger worden of veranderen, kun je het beste contact met je huisarts opnemen. 

 

Bronnen 

Dit artikel is tot stand gekomen in samenwerking met Quin medisch specialisten, medisch onderzoekers en met gebruik van publieke bronnen.