Staar, cataract

Staar, cataract

Wanneer heb je staar? 

Staar komt veel voor, het is de meest voorkomende oogaandoening ter wereld. Bij staar wordt de ooglens troebel. De lens zit in het oog, meteen achter de pupil en de iris. Om goed en scherp te kunnen zien, is een heldere doorzichtige lens nodig. Als de lens niet helder is, ga je wazig zien en worden kleuren minder helder. Ook kun je last hebben van licht: je ziet om licht en lampen heen halo’s (lichtkransen) of je ogen zijn gevoeliger voor licht. Sommige mensen gaan dubbelzien, doordat ze met één oog kijken. De vertroebeling van de lens kan binnen een paar maanden erg snel gaan, maar het kan ook jaren duren. Staar kan geen kwaad, maar slechter kunnen zien kan storend zijn in het dagelijks leven. 

De oogarts kan tijdens een onderzoek vaststellen of je staar hebt, of dat je klachten ergens anders door komen.  

 

Oorzaken van staar: 

  • Veroudering. Bij vrijwel iedereen wordt de lens vanaf 55-60 jaar wat troebel, doordat eiwitten in de lens samenklonteren. 
  • Aangeboren staar. Deze vorm van staar is vanaf de geboorte aanwezig. Het kan komen door een ziekte bij de moeder tijdens de zwangerschap, of het kan erfelijk zijn. 
  • Een ongeluk, waarbij het oog beschadigd is. 
  • Infectie aan een oog. 
  • Gebruik van medicijnen. Bijvoorbeeld bij langdurig gebruik van ontstekingsremmers (corticosteroïden).  
  • Chronische ziekten. Bijvoorbeeld diabetes mellitus (suikerziekte). Door hoge bloedsuikerwaardes kan de troebeling van de lens sneller verlopen. 

 

Wat kun je zelf doen? 

Aan staar kun je zelf niets doen. Staar kan niet vanzelf genezen of behandeld worden met medicijnen. Staar is te behandelen met een oogoperatie. Zo’n operatie wordt pas gedaan als het slecht zien je erg stoort in het dagelijks leven. Een operatie uitstellen kan geen kwaad en heeft geen invloed op het resultaat. 

 

Heb je medicijnen nodig?  

Staar is niet te behandelen met medicijnen, maar dus wel met een operatie. De troebel geworden ooglens wordt verwijderd en er wordt een kunstlens teruggeplaatst. Het oog wordt eerst verdoofd met druppels. Als allebei de ogen behandeld moeten worden, zit er een periode van minimaal 2 weken tussen de operaties. Het is niet makkelijk om te voorspellen hoe goed je na de operatie gaat zien, maar de meeste mensen zien vanaf 2 weken na de operatie beter. Meestal is het nodig om een nieuwe bril of lenzen aan te laten meten om weer helemaal scherp te zien.  

 

Over het algemeen is een staaroperatie een veilige ingreep met een goed resultaat. Toch treden er soms problemen op, zoals een scheurtje in het lenszakje, een netvliesprobleem (vocht onder de gele vlek), of een infectie. Ook kun je een tijd na de operatie waziger gaan zien door nastaar. Hierbij wordt het lenszakje na de operatie troebel, wat ook kan zorgen voor wazig zien. Dit kan opgelost worden door middel van een laserbehandeling. 

 

Ook als je je ogen in het verleden hebt laten laseren, kun je een staaroperatie ondergaan. Het is dan wel moeilijker om de sterkte van de kunstlens te bepalen. Als je weet wat de sterkte van je bril/lenzen was voordat je je ogen liet laseren, kan die informatie de oogarts helpen bij het bepalen van welke sterkte de kunstlens moet hebben.  

 

Bel je huisarts als je staar hebt in combinatie met de volgende klachten of veranderingen: 

  • Ineens slechter zien. 
  • Ineens een deel niet meer kunnen zien. 
  • Ineens dubbelzien. 
  • Het zien van lichtflitsen. 

Deze klachten kunnen wijzen op een andere oogaandoening dan staar, waarbij snel behandeling nodig kan zijn. 

 

Bel je oogarts als je na een staaroperatie de volgende klachten of veranderingen merkt: 

  • Het oog doet pijn en/of wordt steeds roder. 
  • Je ziet steeds minder. 
  • Je ziet lichtflitsen of zwarte vlekken. 
  • Het oog voelt steeds geïrriteerder aan. 
  • Je wordt misselijk of krijgt toenemende hoofdpijn 

 

Bel ook met je arts bij twijfel, vragen of zorgen over je klacht. Ook als de klachten erger worden of veranderen kun je het beste contact met je huisarts opnemen. 

 

Bronnen 

Dit artikel is tot stand gekomen in samenwerking met Quin medisch specialisten, medisch onderzoekers en met gebruik van publieke bronnen.