Rugpijn

Rugpijn

Wanneer heb je rugpijn? 

Rugpijn komt heel veel voor. Meestal is rugpijn onschuldig en gaat de pijn vanzelf weer over. De meest voorkomende vorm van rugpijn is lage rugpijn, in de onderrug. Rugpijn kan ook op een andere plek in de rug zitten, bijvoorbeeld bij de borstwervels of bij het stuitje. Meestal is het niet duidelijk waar de pijnklachten door komen. Waarschijnlijk wordt de pijn veroorzaakt doordat spieren, pezen en botten in de rug overbelast zijn. Je hebt meer risico op rugpijn als je overgewicht hebt, zwaar lichamelijk werk doet, veel stress hebt en lang in de auto zit. Soms is het wel bekend waar de rugpijn door komt. Bijvoorbeeld als dit samengaat met pijn die doorgaat in andere lichaamsdelen, krachtsverlies of tintelingen in één of beide benen. Dit kan komen door een hernia (een beklemde zenuw in de rug). Ook komt het wel eens voor dat rugpijn komt door een probleem met een ander orgaan. Een longontsteking kan bijvoorbeeld pijn in het gebied van de borstwervels geven. Heel soms komt rugpijn door een breuk in een wervel, een verschoven wervel, een tumor of een infectie in de wervelkolom. Rugpijn voelt vaak zeurend aan en de pijn is vaak erger als je een tijdje stil hebt gezeten of gelegen. Soms zorgen bepaalde bewegingen voor meer pijn, dat maakt het lastig om te blijven beweging.  

 

Wat kun je zelf doen? 

  • Rugpijn voorkomen. Een gezond gewicht is belangrijk om te zorgen dat je geen rugpijn krijgt. Zorg dat je gezond eet en voldoende beweegt. Voorkom stress. En zorg voor voldoende afwisseling in je (werk)houding. 
  • Actief blijven. Veel mensen zijn bang om de pijn erger te maken door de rug te bewegen. Dat klopt niet. Sterker nog: het advies is juist om actief te blijven. Doe wat voor jou mogelijk is. Om te kunnen slapen kan het prettig zijn om op de rug te liggen met een kussen onder de knieën. Of op de zij met half opgetrokken benen. Ga niet lang op bed liggen: dat is niet goed voor je. Mensen met rugpijn worden sneller beter als ze actief blijven. Beweging zorgt voor ontspanning in de rugspieren en voorkomt dat je spieren slapper worden. Wandelen en lichte activiteiten, zoals zwemmen, zijn het beste om te doen. Intensief of zwaar sporten kun je in het begin het beste niet doen. Als het na een paar weken nog niet lukt om je normale activiteiten weer op te pakken of als je bang bent om weer te gaan bewegen, kan een fysio- of oefentherapeut je daarbij helpen.  
  • Warmte. Een warme kruik tegen de onderrug kan in de eerste weken helpen de pijn te verzachten.  
  • Aanpassingen op je werk. Blijf werken als dat kan en lukt. Wel is het goed om te kijken naar je werkhouding. Beweeg genoeg en probeer veel te wisselen van houding. Het advies is om niet te lang achter elkaar te blijven zitten, te staan of zwaar te tillen. Maak eventueel een afspraak met de bedrijfsarts. 

 

Heb je medicijnen nodig? 

Om te zorgen dat je kan blijven bewegen, is het soms goed om pijnstillers in te nemen. Paracetamol is de eerste keuze voor pijnstilling. Houd de dosering aan die op de verpakking staat. Gebruik alleen paracetamol als het echt nodig is en zorg dat je dit niet te vaak en te lang achter elkaar doet. 

Als je andere pijnstillers wilt gebruiken (bijvoorbeeld NSAID’s zoals ibuprofen), overleg hierover dan altijd eerst met je huisarts. 

 

Bel direct je huisarts als je rugpijn en de volgende klachten hebt: 

  • Duizeligheid , zweten en het gevoel flauw te vallen. 
  • Pijn bij de ademhaling, benauwdheid en/of koorts. 
  • Geen gevoel tussen je benen, bij je geslachtsdelen of anus. 
  • Plotseling krachtsverlies in een been (op je tenen of hakken staan lukt niet meer). 
  • Plasproblemen (niet voelen dat je plast, niet meer kunnen plassen, plas niet kunnen ophouden). 
  •  

Bel je huisarts ook: 

  • Als de pijn in de rug komt doordat je gevallen bent. Vooral als je ouder bent dan 50 jaar. 
  • Als de klachten na een maand nog niet over zijn. 
  • Als je kanker hebt (of hebt gehad). 
  • Als je in het afgelopen jaar aan je rug geopereerd bent of een injectie in de rug hebt gehad. 
  • Als de rugpijn doorgaat in je been tot onder de knie. 

 

Bel ook met je arts bij twijfel, vragen of zorgen over je klacht. Ook als de klachten erger worden of veranderen, kun je het beste contact met je huisarts opnemen. 

 

Bronnen: 

Dit artikel is tot stand gekomen in samenwerking met Quin medisch specialisten, medisch onderzoekers en met gebruik van publieke bronnen.