Kortademigheid

Kortademigheid

Let op: deze klacht kan ook komen door het coronavirus. Als je last hebt van deze klacht, doe ook de symptoomcheck voor het coronavirus.


Wanneer heb je last van kortademigheid? 

Mensen die kortademig zijn beschrijven dat vaak op verschillende manieren. Sommige mensen geven aan dat het niet lukt om goed door te ademen en hebben het gevoel dat ze te weinig zuurstof binnenkrijgen. Anderen voelen een strakke band om de borst of geven aan dat het veel moeite kost om lucht te krijgen. Sommigen zijn sneller buiten adem of hebben vooral een angstig gevoel. Kortademigheid kan ineens opkomen, binnen een paar minuten tot een paar dagen. Dat kan ernstig zijn en betekent meestal dat er snel iets aan gedaan moet worden. Kortademigheid kan ook over een langere periode ontstaan, in weken tot maanden. Meestal wen je dan aan het feit dat je minder lucht hebt. Het is goed om dat te laten controleren door een arts, maar dat hoeft niet met spoed.  

 

Kortademigheid kan door veel verschillende dingen komen.  

Als de kortademigheid ineens ontstaat, is dit vaak door:  

  • Longproblemen, zoals astma, een longontsteking, een klaplong of een longembolie (een bloedpropje in een slagader van de longen). Deze klachten geven vaak ook andere klachten, zoals koorts of hoesten bij een longontsteking. 
  • Hartproblemen, zoals een hartaanval of hartfalen. Bij een hartaanval heb je naast kortademigheid meestal ook pijn of een drukkend gevoel op de borst. Bij hartfalen wordt de kortademigheid meestal erger als je ligt. 
  • Een ernstige allergische reactie. Als je keel door een allergische reactie opzwelt, kan er meteen ademnood ontstaan.  
  • Psychische spanning of angst, waarbij je kunt gaan hyperventileren. Dan ga je sneller ademhalen dan nodig is. Symptomen die daar ook vaak bij horen zijn duizeligheid, tintelingen rond de mond en kramp in handen en voeten. 

 

Als de kortademigheid over een langere periode ontstaat, komt dit vaak door: 

  • Longproblemen, zoals astma of COPD. Deze kunnen ervoor zorgen dat het ademhalen moeilijker gaat. COPD komt meestal door roken. 
  • Hartproblemen, zoals hartfalen of een verandering in grootte of vorm van het hart (cardiomyopathie). Je hart kan dan niet genoeg bloed door het lichaam pompen, daardoor krijg je te weinig zuurstof. 
  • Overgewicht of een slechte conditie. 

 

Wat kun je zelf doen? 

  • Stoppen met roken. Als je rookt gaan je longen sneller kapot. Als je met roken stopt, herstellen de longen zich vaak weer langzaam.  
  • Ademhalingsoefeningen. Als je kortademig bent, kan dit vaak een angstig gevoel geven. Hierdoor ga je vaak ook anders en sneller ademen (hyperventilatie), waardoor de kortademigheid erger wordt. Het is daarom goed om ademhalingsoefeningen te doen, met bijvoorbeeld de hulp van een fysiotherapeut. 
  • Genoeg bewegen. Werk aan je conditie door te bewegen. Doe dit rustig aan en in overleg met je arts.  

 

Heb je medicijnen nodig? 

Of je medicijnen nodig hebt, ligt aan de reden van de kortademigheid. Als je de klachten omschrijft en er lichamelijk onderzoek gedaan wordt, kan de arts inschatten waar de klachten vandaan komen. Bij astma kun je bijvoorbeeld een puffer krijgen die helpt om de luchtwegen verder te openen. Als kortademigheid door hartfalen komt, kan het zo zijn dat je plaspillen krijgt voorgeschreven. Voor hyperventilatie zijn geen medicijnen mogelijk.  

 

Bel met spoed je huisarts als: 

  • Je kortademig bent in rust of als de kortademigheid veel erger wordt als je beweegt.  
  • De kortademigheid samengaat met pijn op de borst of misselijkheid. 
  • Je denkt dat je een allergische reactie hebt. 

 

Als de kortademigheid veroorzaakt wordt door hyperventilatie, overgewicht of een slechte conditie en je bent zelf in staat om hier genoeg verbetering in aan te brengen, dan is het wellicht niet nodig om naar de huisarts te gaan. In alle andere gevallen is het verstandig om een afspraak te maken bij de huisarts. 

 

Bel ook met je arts bij twijfel, vragen of zorgen over je klacht. Ook als de klachten erger worden of veranderen kun je het beste contact met je huisarts opnemen. 

 

Bronnen 

Dit artikel is tot stand gekomen in samenwerking met Quin medisch specialisten, medisch onderzoekers en met gebruik van publieke bronnen.