ICD (apparaat voor hartritmestoornissen)

ICD (apparaat voor hartritmestoornissen)

Wanneer krijg je een ICD?  

ICD staat voor Implanteerbare Cardioverter Defibrillator. Het is een klein kastje van metaal dat meestal onder het sleutelbeen of soms onder de oksel wordt geplaatst. Een ICD wordt gebruikt om gevaarlijke hartritmestoornissen om te zetten naar een normaal hartritme. Niet alle hartritmestoornissen zijn gevaarlijk. De ICD wordt alleen gebruikt als er een risico is op hartritmestoornissen die zo gevaarlijk zijn dat er een hartstilstand kan ontstaan.  

Een ICD bestaat uit twee hulpmiddelen in één. Allereerst kan de ICD proberen het normale hartritme te herstellen door een elektrische prikkel af te geven (de Cardioverter). Als dit niet werkt, of als de hartritmestoornis zo gevaarlijk is dat er een hartstilstand ontstaat, kan de ICD een schok afgeven (de Defibrillator). Door het afgeven van de schok kan het hartritme weer normaal worden. Als de ICD een schok afgeeft, kun je dit voelen alsof je een harde klap op de borst of tussen de schouderbladen krijgt. 

 

Je kunt in aanmerking komen voor een ICD als je een verhoogd risico hebt op een gevaarlijke hartritmestoornis. Bijvoorbeeld bij: 

  • Een erg verzwakt hart na een hartinfarct. 
  • Cardiomyopathie (een ziekte van de hartspier zelf). 
  • Een verzwakt hart door ernstig hartfalen. 
  • Een aangeboren hartaandoening. 

 

Wat kun je zelf doen?  

6-8 weken na het plaatsen van een ICD: 

  • Let erop dat je geen zware dingen tilt en niet je armen achter je lichaam beweegt of hoger dan je schouders (zoals bij het aantrekken van een jas of een trui).  
  • Draag geen knellende of schurende kleding op de plek van de operatiewond. 

 

Belangrijk als je een ICD hebt:  

  • Zorg ervoor dat je altijd je ICD-gegevens bij de hand hebt. Zoals de ICD-pas die je van het ziekenhuis krijgt.  
  • Ga altijd naar de controle-afspraken bij je cardioloog, ook je ICD-instellingen en batterij worden dan nagekeken. 
  • Geef als je bij een (huis)arts bent altijd aan dat je een ICD hebt. Bepaalde medische apparatuur kan de werking van een ICD verstoren. Bijvoorbeeld een MRI-scanner of apparaten die worden gebruikt voor bestraling of het behandelen van nierstenen of galstenen.   
  • Overleg met je cardioloog als je een grote medische ingreep nodig hebt. 
  • Geef bij luchthavencontroles aan dat je een ICD hebt. Laat je ICD-pas zien. 
  • Laat je goed informeren over wat wel en niet mag met een ICD. Inductiekookplaten en -ovens, telefoons en computers zijn in principe geschikt voor normaal gebruik, maar je moet voldoende afstand houden. Deze informatie krijg je van jouw cardioloog. Je kunt ook met vragen bij je huisarts terecht. 
  • Vermijd apparaten als massagestoelen, magnetische matrassen, trilplaten, lichaamsvetweegschalen en krachtstroomgeneratoren (dit zijn kasten die worden ingezet als noodvoorziening voor elektriciteit). Op de website van Stichting ICD Dragers Nederland (STIN) vind je een uitgebreide lijst met wat wel en niet mag met een ICD. Hier kun je ook terecht voor contact met anderen die een ICD hebben.  

 

Heb je medicijnen nodig?  

Medicijnen tegen hartritmestoornissen heten anti-aritmica. Anti-aritmica werken niet genezend. Wel kunnen ze de hartritmestoornis beperken. Uitgebreid onderzoek laat zien dat bij ernstige hartritmestoornissen (met risico op een dodelijke afloop) een ICD beter werkt dan medicijnen.  

 

Bel je huisarts als je deze klachten of aandoeningen hebt:  

  • Aanvallen met hartkloppingen met of zonder duizeligheid. 

 

Bel direct je huisarts of 112 als je een ICD hebt en een van de volgende situaties of klachten ervaart: 

  • Je raakt buiten bewustzijn. 
  • Je merkt dat je een ernstige ritmestoornis hebt. 

 

Bel de cardioloog als je een ICD hebt en een van de volgende situaties of klachten ervaart: 

  • De ICD heeft een schok gegeven. 
  • De ICD maakt piepende geluiden: de batterij raakt mogelijk op. 
  • Je hebt last van een ontsteking op je borst of buik. Dat kun je merken aan een rode, opgezwollen en pijnlijke huid. 
  • Je moet een grote medische ingreep ondergaan. 
  • Je moet een onderzoek (zoals een MRI-scan) of een behandeling (zoals nierstenen vergruizen) ondergaan. Bel ook als je twijfelt of een behandeling samen kan met je ICD.  

 

Bel ook met je arts bij twijfel, vragen of zorgen over je klacht. Ook als de klachten erger worden of veranderen, kun je het beste contact met je huisarts opnemen. 

 

Bronnen 

Dit artikel is tot stand gekomen in samenwerking met Quin medisch specialisten, medisch onderzoekers en met gebruik van publieke bronnen.