Huidschimmel

Huidschimmel

Wanneer heb je huidschimmel? 

Bij huidschimmel heb je ronde of ovale rode plekken op je huid. Soms schilferen die en zie je ook blaasjes. De plekken kunnen jeuken. Ze kunnen in het gezicht, in de hals, op de armen en benen en op de romp zitten. Soms komt er schimmel voor in lichaamsplooien. Dit wordt ook wel ‘smetten’ genoemd. Je kunt ook schimmel hebben aan je handen, voeten of tenen, zelfs je hoofdhuid en nagels. Bij baby’s kan een schimmelinfectie onder de luier voorkomen. Huidschimmel wordt ook wel ringworm genoemd. 

 

Iedereen kan een schimmelinfectie van de huid krijgen. Ook als je helemaal gezond bent, leven er schimmels (en gisten) op je lichaam. De huid houdt deze tegen. Daarom is dit meestal geen probleem. Soms kunnen schimmels de huid binnendringen en voor een infectie zorgen. Dat kan komen door: 

  • Een verminderde weerstand zoals bij suikerziekte, een hiv-infectie, chemotherapie of gebruik van ontstekingsremmers (corticosteroïden).  
  • Beschadiging van de huid bijvoorbeeld door schurende stoffen of te vaak of te ruw wassen.  
  • Verweking van de huid bijvoorbeeld door lang in water of een vochtige omgeving te zijn of door bijvoorbeeld niet goed tussen de tenen af te drogen. 

 

Je kunt besmet raken bij directe aanraking met mensen of dieren die een huidschimmel hebben. Het kan ook door indirect contact, zoals in een gemeenschappelijke douche. Er bestaan oppervlakkige schimmelinfecties en diepere schimmelinfecties. Een oppervlakkige schimmelinfectie is makkelijk te behandelen. Bij sommige mensen komen de klachten wel vaak terug. Diepe schimmelinfecties komen minder vaak voor. De besmetting komt meestal door een huisdier. Diepe schimmelinfecties hebben vaak een uitgebreidere behandeling nodig. 

 

Wat kun je zelf doen?  

Als je een schimmel hebt, kun je een aantal dingen doen om te voorkomen dat het erger wordt of dat er een nieuwe schimmelinfectie ontstaat.  

  • Opletten bij douchen en in bad gaan. 

Ga niet te lang in bad of onder de douche. Vermijd te vaak of ruw wassen met zeep en heet water. Droog je huid na het wassen goed af, ook in lichaamsplooien zoals je liezen en tussen de tenen. Draag badslippers in een gemeenschappelijke douche of zwembad.  

  • Zorgen voor je huid. 

Vermijd warmte, vocht en wrijving waardoor de huid week kan worden. Draag ruime kleding die niet schuurt en zo mogelijk katoenen ondergoed en sokken. Draag bij voetschimmel schoenen van leer of linnen. Draag geen schoenen van rubber of plastic, omdat deze helemaal niet ventileren. 

 

Heb je medicijnen nodig?  

Een huidschimmel kan vaak goed worden behandeld. Voor een oppervlakkige schimmelinfectie kan de huisarts je een crème, zalf of shampoo met antischimmelmiddel (miconazol of ketoconazol) voorschrijven. Bij de apotheek en drogist kun je ook antischimmelmiddelen zonder recept krijgen. Het antischimmelmiddel smeer je ongeveer 4 weken 1 tot 2 keer per dag op en tot 2 centimeter rondom de plekken, tot de huid genezen is. De klachten zijn meestal na een paar weken over. 

Voor een diepe schimmelinfectie zijn soms pillen met een antischimmelmiddel (terbinafine) nodig. Dit wordt niet snel voorgeschreven. Het moet namelijk minimaal 1 maand geslikt worden en deze pillen hebben veel bijwerkingen, zoals buikpijn, misselijkheid, diarree en huiduitslag. Ook is er een kleine kans op leverproblemen en kunnen ze andere medicijnen beïnvloeden, zoals de anticonceptiepil en antidepressiva. Overleg met je arts of het nodig is om deze pillen te gebruiken en of het mogelijk is in combinatie met je andere medicijnen.  

Als je schimmel van je huisdier komt, laat deze dan behandelen door de dierenarts. 

 

Bel je huisarts als je deze klachten hebt: 

  • Rode jeukende plekken op de huid, waarbij je denkt dat het een schimmelinfectie kan zijn. 
  • De klachten worden niet minder terwijl je wel een antischimmelmiddel gebruikt. 
  • Je hebt last van bijwerkingen van het medicijn dat je van je huisarts hebt gekregen tegen de schimmelinfectie.  

 

Bel ook met je arts bij twijfel, vragen of zorgen over je klacht. Ook als de klachten erger worden of veranderen, kun je het beste contact met je huisarts opnemen. 

 

Bronnen 

Dit artikel is tot stand gekomen in samenwerking met Quin medisch specialisten, medisch onderzoekers en met gebruik van publieke bronnen.