Hand- en polsklachten

Hand- en polsklachten

Wanneer heb je hand- en polsklachten?

Klachten aan je hand of pols kunnen erg vervelend zijn. Omdat we onze handen de hele dag gebruiken, houden deze klachten je vaak tegen in het dagelijkse leven. Hand- en polsklachten kunnen verschillende oorzaken hebben zoals overbelasting of slijtage. Klachten die je kunt hebben zijn pijn, zwelling, minder kracht, een andere stand van de hand of pols, of moeilijker tot niet kunnen bewegen. Hieronder vind je een overzicht van de meest voorkomende aandoeningen van de hand en pols.

 

Artrose/gewrichtsslijtage

Op de uiteinden van de botten in je gewrichten zit een laagje kraakbeen dat als een soort stootlaag werkt en zorgt dat het gewricht makkelijk kan bewegen. Als je artrose of gewrichtsslijtage hebt, wordt dit laagje kraakbeen dunner en zachter. Artrose geeft pijnlijke en stijve gewrichten. Het kan voorkomen in een van de gewrichten van de vingers. Artrose van de pols komt ook voor maar is zeldzamer. Artrose is een chronische ziekte. Dit betekent dat je er niet van kunt genezen. Deze ziekte kan verschillende oorzaken hebben. Het kan van nature ontstaan bij het ouder worden, maar het kan ook komen door overbelasting of door beschadiging van een gewricht na een breuk. Hierbij gaat het om verkeerd gebruik van het gewricht. In beweging houden van het gewricht kan namelijk ook juist artrose voorkomen of zelfs verbeteren.


Carpaletunnelsyndroom

Bij het carpaletunnelsyndroom zit de middelste armzenuw in de knel. De carpale tunnel zit aan de binnenkant van je pols en is de doorgang waar je middelste armzenuw, de buigpezen en de pezen van je vingers doorheen lopen. Als deze doorgang te smal is, kan de zenuw bekneld raken en klachten geven, zoals:

  • Een tintelend of doof gevoel in je handpalm en vingers, vooral je duim, wijsvinger, middelvinger en een deel van je ringvinger.
  • Tintelingen die via de onderarm en elleboog doorgaan tot in de schouder.
  • ’s Nachts wakker worden van de klachten.
  • Minder kracht in de hand, waardoor je zomaar een kopje uit je hand kunt laten vallen of moeizaam een fles kan openen.
  • Een “wapperende” beweging van de hand kan de tintelingen minder maken.


Het carpaletunnelsyndroom komt soms aan allebei de handen voor. De zwelling van de pezen kan komen door reuma of hormoonveranderingen bijvoorbeeld tijdens zwangerschap, overgang of bij een te langzaam werkende schildklier. Of door irritatie nadat je veel met je handen hebt gewerkt, bijvoorbeeld bij veel typen. De huisarts kan het vaak goed herkennen als het om een carpaletunnelsyndroom gaat. Vaak is extra onderzoek niet nodig. Soms moet je toch naar de neuroloog voor het maken van een EMG. Dit is een onderzoek waarbij je kleine schokjes in je arm krijgt. Dit onderzoek is niet schadelijk. Het carpaletunnelsyndroom geeft vervelende klachten, maar is niet gevaarlijk. De klachten kunnen vanzelf over gaan of goed worden behandeld met een spalk of injectie (spuitje) in de pols. Als deze behandelingen niet helpen kun je geopereerd worden. Dan wordt de binnenkant van je pols verdoofd. Hierna wordt de bindweefsellaag die over de carpale tunnel ligt, doorgesneden. Hierdoor wordt de zenuw van de beknelling verlost. Als je klachten tijdens de zwangerschap ontstaan zie je vaak dat de klachten in de periode na de bevalling verminderen.    

 

Trigger finger

Je onderarmspieren helpen bij het strekken en buigen van je vingers. Die spieren zijn met pezen verbonden aan je vingers. Rondom zo’n pees zit een soort kokertje gevuld met vocht. Dit noemen we de peesschede. Dankzij de peesschede glijdt de pees soepel en wordt bewegen makkelijker. Bij een trigger finger is de peesschede te krap voor de pees, waardoor de pees als het ware vastloopt in zijn kokertje. Je vinger komt vast te zitten terwijl hij gebogen is, alsof je de trekker van een pistool overhaalt. Vandaar de naam ‘trigger finger’. Dit kan soms zo erg zijn dat je je andere hand moet gebruiken om je vinger te buigen of strekken. Met kracht kan de pees doorspringen en kun je je vinger weer strekken. Buigen en strekken kan pijn doen. Ook kan je handpalm opzwellen. Hoe een trigger finger ontstaat is niet bewezen. We denken dat het te maken heeft met het overbelasten van de peesschede. Bij sommige mensen komt een trigger vaker voor, zoals bij vrouwen, mensen met suikerziekte of reuma en mensen tussen de 40 en 79 jaar. Mensen die hun vinger veel gebruiken, zoals pianospelers, hebben ook vaker last van een trigger finger. Een trigger finger is vervelend, maar niet gevaarlijk. Het kan vanzelf overgaan. Als het niet overgaat kan de arts medicijnen in je vinger spuiten en als je er in het dagelijkse leven veel last hebt kan de huisarts je doorverwijzen voor een operatie.


Mallet finger

Bij een mallet finger, of hamervinger, gaat het topje van één van de vingers afhangen en kun je je vinger niet strekken. Hierdoor lijkt de vinger op een hamer. Dit kun je krijgen door een klap op het topje van een uitgestrekte vinger, bijvoorbeeld bij het vangen van een bal of bij het opmaken van een bed. Door de klap scheurt de strekpees van het vingerkootje af. Soms kan er ook een stukje bot af afbreken. Dit kan erg pijnlijk zijn. Als er een stukje bot afgebroken is, kan je vingerkootje ook opzwellen en rood worden. Het is belangrijk dat de mallet finger wordt behandeld. Dat kan met een spalk of een operatie. Als de vinger niet behandeld wordt kan deze de verkeerde houding aannemen en blijft de vinger krom staan. Bij de behandeling met spalk is het belangrijk de spalk gedurende 8-10 weken dag en nacht te dragen, zonder de vinger te buigen. Bij het goed dragen van een spalk voorkom je dat je geopereerd moet worden.

 

Ziekte van De Quervain

De spieren in je onderarm zorgen voor het bewegen van de pols en duim. Vanaf de spieren die de duim bewegen lopen er twee pezen langs de pols naar de duim. Deze pezen lopen door een soort kokertje gevuld met vocht. Dit kokertje noemen we de peesschede. Door irritatie kunnen de twee pezen van de duim of de peesschede ontstoken raken. Hierdoor krijg je een doffe, branderige pijn aan de duimkant van je pols. De pijn kan uitbreiden naar onderarm en duim. Tijdens het bewegen, vooral bij grijpen en wringen, wordt de pijn erger en hoor je soms een “krakend” geluid. Ook kan de duimkant van de pols dik worden. De ziekte van De Quervain komt door overbelasting, zoals na lang werken in de tuin. Het komt vaker voor bij sporters, zoals volleyballers en tennissers. Bij bijna iedereen met de ziekte van De Quervain gaan de klachten over. Vaak is rust nemen al genoeg, als dit onvoldoende is kan de huisarts een injectie geven, maar soms is er een operatie nodig waarbij de          peesschede wordt opengemaakt. 


Ganglion

Bij een ganglion of peesknoop heb je een bobbeltje aan je pols. Dit kan ook voorkomen bij je vinger of voet. Om pezen zitten een soort kokertjes die gevuld zijn met vocht, de peesschedes. Een ganglion ontstaat uit zo’n peesschede en is een bobbeltje gevuld met geleiachtige vloeistof. Hoe dit komt is nog niet helemaal duidelijk. We denken dat het komt door irritatie, ontsteking of overbelasting. Soms krijgen mensen het na een botbreuk. Een ganglion geeft niet altijd klachten, maar kan pijn doen bij bewegen, op een zenuw drukken en tintelingen geven of zorgen dat je het gewricht minder goed kan bewegen. Sommige mensen vinden het vervelend omdat ze de bobbel lelijk vinden, maar een ganglion kan geen kwaad. Bij de helft van de mensen verdwijnt het vanzelf.     Soms kan de arts     het vocht met een naald uit het bobbeltje zuigen, maar het vocht kan bij de helft van de mensen komt het terug. Als dat niet helpt kan je huisarts je verwijzen om het bobbeltje met een operatie weg te laten halen, de kans is dan groter dat het wegblijft.


Contractuur van Dupuytren

In je handpalm zit bindweefsel dat van je pols tot aan de vingers loopt. De ziekte van Dupuytren is een aandoening waarbij deze bindweefselstructuur vergroeit en er pijnlijke knobbels in de handpalm ontstaan. Hierdoor kunnen één of meerdere vingers krom gaan staan en kun je ze niet meer strekken. Vaak zijn dit de pink en ringvinger. De oorzaak van de ziekte is niet bekend, maar we weten dat het in de familie kan zitten. Ook gaat het soms samen met andere aandoeningen zoals suikerziekte, ziekte van Peyronie (kromstand van de penis) en ziekte van Ledderhose (verdikkingen onder de voet). Deze afwijkingen kunnen door de jaren heen langzaam erger worden. Soms kan de huisarts je naar een specialist verwijzen voor een operatie. Helaas komt de ziekte bij een deel van de patiënten na de operatie toch weer terug.


Wat kun je zelf doen?

Wat je kunt doen verschilt per aandoening. Bij klachten door overbelasting is het vaak genoeg om rustig aan te doen en de pijnlijke bewegingen zo min mogelijk te maken. Soms kan een behandeling met spalk helpen, maar soms kun je niets doen.


Artrose/gewrichtsslijtage

Het is belangrijk om het gewricht te blijven gebruiken zodat het beweeglijk blijft. Je moet wel oppassen met het gewricht te veel bewegen. Als het pijn doet moet je het gewricht rust geven en niet te veel bewegen. Ook kunnen koude of warme kompressen helpen. Overbelasting van het gewricht door te vaak herhalen van dezelfde beweging moet je proberen te voorkomen. Een fysiotherapeut kan je hierbij ondersteunen.

 

Carpaletunnelsyndroom

Soms gaan de klachten vanzelf over en is er geen behandeling nodig, bijvoorbeeld na een zwangerschap. Ook kunnen sommige bewegingen zorgen dat je minder last hebt, zoals wapperen van je handen. Als de klachten zijn ontstaan doordat je veel je handen hebt gebruikt, bijvoorbeeld door veel typen, is het slim om dit minder te doen of hiervoor ergonomische aanpassingen te laten doen.. Je kunt ook een spalk dragen. Het is belangrijk om de spalk ’s nachts te dragen en bij activiteiten die klachten geven. Het dragen van een spalk zou de klachten na 6 tot 12 weken moeten verminderen.

 

Trigger finger

Je kunt de vinger wat rust geven en afwachten tot de klachten overgaan. Zorg dat je niet knijpt en geen wringende bewegingen maakt. Wel moet je blijven bewegen, zodat de kracht in je hand niet minder wordt.

 

Mallet finger

Om te voorkomen dat je vinger krom blijft staan, moet je vinger behandeld worden. Ga daarvoor naar de huisarts. Je krijgt dan waarschijnlijk een spalk die je 8-10 weken lang, dag en nacht moet dragen. Je mag de vinger dan niet buigen.


Ziekte van De Quervain

Vaak is het genoeg om rust te nemen en de duim en pols niet te belasten. Hierbij kan een spalk helpen.


Heb je medicijnen nodig?

  • Bij ziekten waarbij je pijn kunt hebben, zoals artrose, carpaletunnelsyndroom, mallet finger en de ziekte van De Quervain kun je paracetamol gebruiken. Houd de dosering aan die op de verpakking staat. Als je andere pijnstillers wilt gebruiken (bijvoorbeeld NSAID’s zoals ibuprofen), overleg hierover dan altijd eerst met je huisarts.
  • Als NSAID’s ook niet werken kan de huisarts corticosteroïden in het gewricht spuiten. Het effect hiervan is helaas tijdelijk en duurt     meestal 6 tot 12 weken.
  • Bij het carpaletunnelsyndroom is een injectie soms ook mogelijk. 
  • Ook bij een trigger finger kan de arts soms corticosteroïden inspuiten als de klachten blijven. Bij 7-8 van de 10 mensen kan dit helpen, maar er blijft een kans het terugkomt.


Bel je huisarts als je hand- en/of polsklachten hebt en één van deze klachten of situaties:

  • Pijn, zwelling, stijfheid, roodheid en/of warmte van het gewricht.
  • Verergering van klachten waarbij je beperkt wordt in je dagelijkse bezigheden.
  • Gewrichtsklachten die langer dan 7 dagen aanhouden.
  • Vervorming van een gewricht.
  • Plotselinge zwelling van een gewricht.


Bel ook met je arts bij twijfel, vragen of zorgen over je klacht. Ook als de klachten erger worden of veranderen kun je het beste contact met je huisarts opnemen.


Bronnen

Dit artikel is tot stand gekomen in samenwerking met Quin medisch specialisten, medisch onderzoekers en met gebruik van publieke bronnen.