Duizeligheid

Duizeligheid

Wanneer ben je duizelig?

We kennen drie soorten duizeligheid die allemaal anders aanvoelen. We kennen draaiduizeligheid, een licht gevoel in het hoofd en het gevoel niet vast op de benen te staan. Soms komen deze soorten duizeligheid ook tegelijk bij iemand voor. Duizeligheid komt vaak voor en gaat meestal vanzelf over. De oorzaak is bijna nooit ernstig.  

 

Draaiduizeligheid voelt alsof de wereld om je heen draait, of dat je beweegt terwijl dat niet zo is. Het gevoel kan een aantal seconden, uren of dagen duren. Sommige mensen hebben hiernaast last van misselijkheid, overgeven of een angstig gevoel. Draaiduizeligheid komt meestal door een verstoring in het binnenoor, waar het evenwichtsorgaan zit. Soms ligt de oorzaak in de hersenen of hersenstam, bijvoorbeeld bij een beroerte. Draaiduizeligheid komt voor bij: 

  • Positieduizeligheid geeft aanvallen van draaiduizeligheid bij snelle of plotselinge bewegingen van het hoofd, zoals bij draaien of voorover buigen. Dit wordt ook wel benigne paroxismale positieduizeligheid genoemd (BPPD)  De duizeligheid trekt na seconden tot minuten weer weg. Vaak treedt de meeste draaiduizeligheid op bij het draaien in bed ’s nachts en bij het opstaan in de ochtend. Positieduizeligheid gaat meestal binnen vier weken over. 
  • De ziekte van Ménière komt in onvoorspelbare aanvallen van draaiduizeligheid die een kwartier tot enkele uren duren. Daarbij heb je last van oorsuizen en minder horen tijdens een aanval. Dit begint vaak in één oor, maar kan uiteindelijk ook in het andere oor ontstaan. Je kunt ook last hebben van misselijkheid, overgeven en angstgevoelens. De aanvallen kunnen blijven terugkomen. Soms zit er wel een jaar tussen de ene en de volgende aanval. 
  • Neuritis vestibularis komt plotseling opzetten met hevige draaiduizeligheid die voortdurend aanhoudt. Daarbij heb je last van misselijkheid en overgeven. Het hoofd bewegen maakt de duizeligheid erger dus vaak kun je niet anders dan stil blijven liggen. Neuritis vestibularis kan samen voorkomen met verkoudheid of griep. Slechter horen of oorsuizen horen niet bij deze aandoening. De klachten worden meestal minder binnen een week. 
  • Vestibulaire migraine komt in aanvallen van draaiduizeligheid, vaak tijdens of na een migraineaanval. De klachten kunnen een paar uur tot drie dagen duren. Soms komt de vestibulaire migraine voor zonder hoofdpijn. 
  • Bij een beroerte zijn er naast plotselinge draaiduizeligheid ook andere klachten. Bijvoorbeeld dubbelzien, problemen met slikken, moeite met praten, moeite met lopen, minder kracht in een arm of been of een afhangende mondhoek.  
  • Medicijnen als antibiotica, pijnstillers, bloeddrukmedicatie en epilepsie-medicijnen kunnen ook draaiduizeligheid geven.  

 

Wat kun je zelf doen aan draaiduizeligheid? 

  • Soms is de draaiduizeligheid zo erg dat je even moet gaan liggen. Als het weer beter gaat, probeer dan de dingen die je aan het doen was weer op te pakken.  
  • Er zijn geen werkzame medicijnen tegen draaiduizeligheid, minder horen of oorsuizen. 
  • Bij erge misselijkheid en braken kun je in overleg met de huisarts medicijnen tegen misselijkheid nemen, bijvoorbeeld metoclopramide of domperidon.  
  • Houd een dagboek bij waarin je opschrijft wanneer de klachten voorkomen, wat je precies voelt en hoe lang dit duurt. Dit dagboek kun je met je huisarts bespreken om erachter te komen waar de klachten vandaan komen. 

 

Een licht gevoel in het hoofd is een ander soort duizeligheid. Het is een wiebelig, zweverig gevoel, alsof je bijna flauwvalt of het zwart voor de ogen voelt worden. Een licht gevoel in het hoofd komt voor bij:  

  • Emoties Spanning maar ook pijn, honger, lang staan en vermoeidheid. Je gaat vaak ook zweten en ziet er bleek uit, maar valt meestal niet echt flauw. 
  • Depressie en angst Zeker bij angst- en paniekaanvallen komt een licht gevoel in het hoofd vaak voor. Het lichte gevoel in het hoofd kan ook weer voor meer angstklachten zorgen. 
  • Opstaan vanuit een liggende of zittende houding. Bij jonge mensen duren deze klachten vaak niet langer dan 30 seconden. Bij ouderen kunnen deze klachten minutenlang aanhouden. 
  • Hartproblemen zijn zelden de oorzaak van een licht gevoel in het hoofd. De klachten kunnen ontstaan doordat het hart te snel of te langzaam klopt, of doordat een hartklep het niet goed doet. Vaak komen de klachten in aanvallen of als je je inspant. 
  • Een lage bloedsuikerspiegel komt het meeste voor bij mensen met suikerziekte. Zij kunnen een lage bloedsuikerspiegel krijgen door de medicijnen die ze gebruiken. 
  • Medicijnen zoals slaappillen, bloeddrukverlagers, middelen tegen depressie en bepaalde pijnstillers. Meestal merk je dit snel na de start van deze medicijnen.  
  • Alcohol en drugs  

 

Wat kun je zelf doen aan een licht gevoel in het hoofd? 

  • Als je voelt dat je gaat flauwvallen, kun je het beste gaan zitten of liggen.  
  • Vermijd lang staan in warme ruimtes. 
  • Bespreek een sombere stemming, angstgevoelens of emoties waar je je geen raad mee weet met je huisarts. 
  • Als je merkt dat je licht in het hoofd wordt na het opstaan, sta dan minder snel op. Probeer bij het opstaan uit bed eerst op de rand van het bed te gaan zitten.  
  • Als de klachten zijn begonnen na de start van een nieuw medicijn, geef dit dan aan bij je huisarts. Kijk samen naar een alternatief medicijn of een andere dosis. 
  • Zorg dat je genoeg beweegt, veel drinkt, gezond eet, geen alcohol of drugs gebruikt en niet rookt. Maak tijd voor rust en ontspanning. Kortom, zorg voor een gezonde leefstijl. 
  • Er zijn geen medicijnen tegen een licht gevoel in het hoofd. 
  • Houd een dagboek bij waarin je opschrijft wanneer de klachten voorkomen, wat je precies voelt, hoe lang dit duurt en of je andere klachten hebt. Dit dagboek kun je met je huisarts bespreken om erachter te komen waar de klachten vandaan komen. 

 

Het gevoel niet vast op de benen te staan kan een onzeker gevoel geven bij staan en lopen, de klachten verdwijnen als je gaat zitten. Dit gevoel komt vooral veel voor bij ouderen. Vaak zijn er meerdere oorzaken die samen ervoor zorgen dat je het gevoel hebt niet vast op de benen te staan. Het gevoel niet vast op de benen te staan komt voor bij: 

  • Problemen of pijn in de gewrichten. 
  • Minder kracht in de spieren. 
  • Problemen met het geheugen. 
  • Minder goed zien. 
  • Minder gevoel hebben in de voeten.  
  • Evenwichtsproblemen. 

 

Wat kun je zelf doen aan het gevoel niet vast op de benen te staan? 

  • Blijf in beweging, een fysiotherapeut kan je hierbij helpen. 
  • Gebruik hulpmiddelen zoals een stok of een rollator om te voorkomen dat je valt. 
  • Zorg voor een goede bril. 
  • Vermijd alcohol.  
  • Er bestaan geen medicijnen tegen het gevoel niet vast op de benen te staan.  
  • Houd een dagboek bij waarin je opschrijft wanneer de klachten voorkomen, wat je precies voelt en hoe lang dit duurt. Dit dagboek kun je met je huisarts bespreken om erachter te komen waar de klachten vandaan komen. 

 

Bel meteen de huisarts in de volgende situaties: 

Als je plotseling draaiduizelig of licht in het hoofd bent én last hebt van één van de volgende klachten: 

  • Plotseling ernstige hoofdpijn of nekpijn. 
  • Dubbelzien, problemen met slikken, moeite met praten, moeite met lopen, geen kracht of gevoel in een arm of been of een afhangende mondhoek. 
  • Plotseling minder goed horen. 
  • Flauwvallen of het gevoel te vallen. 
  • Continu overgeven. 
  • Als je lang in een ruimte zonder ventilatie bent geweest en je last hebt van hoofdpijn, misselijkheid of een suf gevoel. 
  • Een te lage bloedsuikerspiegel bij suikerziekte. 

 

Bel de huisarts ook als: 

  • Je plotseling duizelig bent en je ouder dan 65 jaar bent. 
  • Je een verhoogde kans op hart- en vaatziekten hebt, zoals bij een hoge bloeddruk. 
  • Je bloedverdunners gebruikt.  
  • Als je eerder een beroerte of andere hart- en vaatziekte hebt gehad.  
  • De duizeligheid de dagelijkse activiteiten te veel verstoort. 
  • De klachten maar niet weggaan of erger worden.  
  • Je door de duizeligheid gevaarlijk kunt vallen. 
  • Je andere klachten bij de duizeligheid krijgt. 
  • De klachten ontstaan na het innemen van een nieuw medicijn. 

 

Bel ook met je arts bij twijfel, vragen of zorgen over je klacht. Ook als de klachten erger worden of veranderen, kun je het beste contact met je huisarts opnemen. 

 

Bronnen 

Dit artikel is tot stand gekomen in samenwerking met Quin medisch specialisten, medisch onderzoekers en met gebruik van publieke bronnen.