Borstontsteking

Borstontsteking

Wanneer heb je een borstontsteking? 

Een borstontsteking geeft een harde, rode pijnlijke plek in de borst en je kunt er koorts bij hebben. Het zit meestal aan één kant. Je kunt je er ziek van voelen. Borstontsteking komt meestal voor bij vrouwen als ze borstvoeding geven. Vrouwen die geen borstvoeding geven, hebben er veel minder vaak last van. In zeldzame gevallen komt het voor bij pasgeborenen en mannen.  

Een borstontsteking ontstaat door een verstopping in de melkklieren, doordat er melk in ophoopt. Naast de ontsteking door een verstopte melkklier, kan er ook nog een bacterie bij komen die een infectie veroorzaakt. Er wordt gedacht dat deze bacterie door een beschadiging aan de huid rond de tepel (een tepelkloof) naar binnen gaat en een infectie veroorzaakt.  

Het is niet altijd duidelijk of er sprake is van een infectie door een bacterie. De kans op een bacteriële infectie is groter als de ontsteking erg snel ontstaat met daarbij koorts en een gevoel van ziek zijn. Of als het goed legen van de borst niet genoeg verbetering geeft. 

Bij borstontsteking door een bacterie is er een risico dat er een pusholte (abces) ontstaat. Als dit gebeurt moet een chirurg deze pusholte openmaken. 

Vrouwen die borstvoeding geven kunnen ook pijnlijke plekken krijgen door verstopte melkkanaaltjes, zonder dat er een borstontsteking is.  

 

Wat kun je zelf doen? 

  • Regelmatig kolven/voeden. 

Voed je baby regelmatig of kolf regelmatig melk af. Maak de borst warm voor de voeding en begin met de ontstoken borst. Hierdoor blijft er geen melk in de klieren staan. Melk uit een ontstoken borst is niet slecht voor de baby. Ook kun je de pijnlijke plekken masseren om verstopte melkkanaaltjes te legen. 

 

  • Koelen. 

Koel de pijnlijke plek na het voeden of kolven. Dit helpt tegen de pijn.  

 

  • Stoppen met roken. 

Het advies is om niet te roken tijdens de borstvoeding. Roken geeft ook een verhoogde kans op borstontsteking.  

 

Heb je medicijnen nodig? 

Meestal gaat de borstontsteking over als je bovenstaande adviezen opvolgt. Worden de klachten na 1 dag niet minder, beginnen de klachten heel plotseling, word je snel ziek of heb je koorts en heb je tepelkloven? Dan schrijft de huisarts vaak een antibioticakuur voor. 

Als je veel pijn hebt, kun je paracetamol nemen. Paracetamol komt wel in een kleine hoeveelheid in de moedermelk terecht, maar als je de voorschriften aanhoudt kan het veilig worden gebruikt.  

Als je andere pijnstillers wilt gebruiken (bijvoorbeeld NSAID’s zoals ibuprofen), overleg hierover dan altijd eerst met je huisarts. 

 

Bel je huisarts als je een borstontsteking hebt met deze klachten of situaties: 

  • Klachten die na 1 dag niet over zijn. 
  • Plotselinge klachten, een ziek gevoel en/of koorts (gemeten lichaamstemperatuur van 38 graden of hoger). 
  • De pijnlijke plek voelt week aan (alsof er vocht in zit). 
  • Een borstontsteking die terugkomt. 
  • Een borstimplantaat. 
  • Een verminderd afweersysteem.  
  • Een borstontsteking terwijl je geen borstvoeding geeft. 
  • Een blijvende zwelling als de pijn weg is. 

 

Bel ook met je arts bij twijfel, vragen of zorgen over je klacht. Ook als de klachten erger worden of veranderen, kun je het beste contact met je huisarts opnemen. 

 

Bronnen 

Dit artikel is tot stand gekomen in samenwerking met Quin medisch specialisten, medisch onderzoekers en met gebruik van publieke bronnen.